Uitspraak
wonende te [woonplaats] , Spanje,
zetelende te 's-Hertogenbosch,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
11 maart 2022.
Hoge Raad
De werknemer trad in 1999 in dienst bij Weener XL en viel in 2016 uit wegens arbeidsongeschiktheid. Na het stopzetten van loondoorbetaling in 2018 vroeg Weener XL ontslag aan bij het UWV, maar dit werd niet in behandeling genomen vanwege het ontbreken van een recente bedrijfsartsverklaring. De werknemer verscheen niet op bedrijfsartsafspraken en tekende de beëindigingsovereenkomst niet. Weener XL verzocht vervolgens ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij de rechter.
De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst, en het hof bekrachtigde dit in hoger beroep en veroordeelde Weener XL tot betaling van een transitievergoeding. Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd was, ondanks dat de werknemer in Spanje woonde, en dat aan de vergewisplicht van artikel 26 lid 2 van Pro Verordening Brussel I-bis was voldaan.
De werknemer stelde in cassatie dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat de vergewisplicht was nageleefd. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet had toegelicht welke aanknopingspunten in het dossier de vergewisplicht bevestigden, waardoor het oordeel onvoldoende gemotiveerd was. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling. De Hoge Raad veroordeelde Weener XL tevens in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens onvoldoende motivering over de vergewisplicht en verwijst de zaak voor verdere behandeling.