ECLI:NL:HR:2022:235
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in proceskostenzaak
Belanghebbende had tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland beroep ingesteld bij het Gerechtshof Amsterdam inzake een verzoek om veroordeling in proceskosten. Het Gerechtshof wees dit beroep af. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie maakte de Hoge Raad gebruik van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
Daarnaast zag de Hoge Raad geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad in aanwezigheid van de waarnemend griffier op 18 februari 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen.