Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Rotterdam,
2.Uitgangspunten en feiten
4.Beslissing
16 december 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft de aansprakelijkheid van Aon voor het advies aan [de cliënt] om zijn gegarandeerde pensioenwaarde over te dragen naar een beleggingsverzekering bij Delta Lloyd. Aon had volgens het hof onvoldoende gewaarschuwd voor het risico van een dalende rekenrente, maar niet voor het beleggingsrisico, dat als algemeen bekend werd beschouwd. [de cliënt] vorderde schadevergoeding en terugbetaling van provisie.
De rechtbank had Aon aansprakelijk gesteld, maar het hof vernietigde dat vonnis en wees de vorderingen af, stellende dat Aon niet hoefde te waarschuwen voor het beleggingsrisico en dat het risico van dalende rekenrente wel had moeten worden genoemd. Het hof zag echter geen causaal verband tussen de schending van de zorgplicht en de schade.
In cassatie klaagt [de cliënt] dat het hof onvoldoende rekening hield met het gecombineerde risico van beleggings- en rekenrente, en dat hij niet goed was voorgelicht. De Hoge Raad oordeelt dat het hof het combinatierisico onvoldoende heeft gemotiveerd in zijn oordeel over het causaal verband en vernietigt het arrest. De zaak wordt verwezen naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling.
De Hoge Raad bevestigt dat Aon niet hoefde te waarschuwen voor het beleggingsrisico gezien de garantiekapitaalstructuur en dat het risico van dalende rekenrente wel relevant was. Ook oordeelt de Hoge Raad dat Aon niet verplicht was om te informeren over provisie en eerste kosten. De overige klachten worden verworpen.
De Hoge Raad veroordeelt Aon in de proceskosten en verwerpt het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Den Haag en verwijst de zaak naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling.