Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
29 november 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over poging tot doodslag op de eigenaar van een bedrijventerrein en beschadiging van een hek dat het terrein afsloot om verdachte de toegang te ontzeggen.
De verdachte stelde in cassatie onder meer dat sprake was van noodweerexces en betwistte de uitleg en bewijsvoering omtrent het wederrechtelijk karakter van de beschadiging van het hek. De advocaat-generaal adviseerde het beroep te verwerpen.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte niet konden leiden tot vernietiging van het hofarrest en dat het niet nodig was om nadere motivering te geven, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en het beroep werd verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen, waardoor het hofarrest met veroordeling voor poging tot doodslag en beschadiging van het hek in stand blijft.