ECLI:NL:HR:2022:1642
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens te late betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen een termijn van vier weken. Hoewel de brief op het opgegeven adres is afgeleverd, werd het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan.
De Hoge Raad heeft belanghebbende vervolgens in de gelegenheid gesteld om te reageren op de niet-betaling, conform artikel 8:36c, lid 2, Awb. Belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid en heeft het griffierecht pas na afloop van de termijn voldaan. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb moet het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten en bepaalt dat het reeds betaalde griffierecht wordt teruggegeven. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en op 11 november 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late betaling van het griffierecht.