Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
De advocaat van [De Borg] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
11 november 2022
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de eiser, de borg, tegen ABN AMRO Bank N.V. behandeld. Het geschil betreft de uitleg van een particuliere borgstellingsovereenkomst en de toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie (RO). De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank Amsterdam en het arrest van het gerechtshof Amsterdam.
De Hoge Raad heeft de klachten van de borg over het arrest van het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat het beantwoorden van de vragen niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en de borg veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, waarbij de kosten aan de zijde van ABN AMRO zijn begroot op € 916,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Het arrest is uitgesproken door raadsheer F.J.P. Lock en gewezen door de raadsheren C.E. du Perron (voorzitter), A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, G.C. Makkink en K. Teuben.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de borg wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof Amsterdam wordt bekrachtigd.