ECLI:NL:HR:2022:1600

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 november 2022
Publicatiedatum
10 november 2022
Zaaknummer
21/02412
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1019h RvBenelux-Verdrag inzake de Intellectuele Eigendom (BVIE)
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in merkenrechtzaak Diesel tegen CK

In deze zaak heeft Diesel S.P.A. cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag betreffende een geschil over merkinbreuk. De zaak betreft de toepassing van het Benelux-Verdrag inzake de Intellectuele Eigendom (BVIE) en de uitleg van merkenrechtelijke bescherming.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten van Diesel niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad acht het niet noodzakelijk om de motivering te geven, omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht betreft, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Daarnaast is Diesel veroordeeld in de proceskosten van CK, waarbij een redelijk en evenredig kostenbedrag is vastgesteld. De Hoge Raad wijst het beroep af en bevestigt daarmee het eerdere oordeel van het hof.

De uitspraak is gedaan door de president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 11 november 2022.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Diesel wordt verworpen en Diesel wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/02412
Datum11 november 2022
ARREST
In de zaak van
DIESEL S.P.A.,
gevestigd te Breganza, Italië,
EISERES tot cassatie,
hierna: Diesel,
advocaat: P.A. Fruytier,
tegen
1. CALVIN KLEIN EUROPE B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. CK STORES B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: CK,
advocaten: T. Cohen Jehoram en G.J. Harryvan.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/09/539140 / HA ZA 17-955 van de rechtbank Den Haag van 22 mei 2019;
het arrest in de zaak 200.265.693/01 van het gerechtshof Den Haag van 9 maart 2021.
Diesel heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
CK hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Diesel mede door A. Ringnalda en S.A. Klos.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Diesel heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

2.1
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).
2.2
Als de in cassatie in het ongelijk gestelde partij dient Diesel te worden verwezen in de proceskosten. CK heeft een kostenveroordeling op de voet van art. 1019h Rv gevorderd en haar kosten, hoewel deze volgens haar in werkelijkheid hoger uitvallen, begroot op het tarief ‘normaal’ als bedoeld in de Indicatietarieven in IE-zaken Hoge Raad 2017. De Hoge Raad acht de aldus gevorderde kosten redelijk en evenredig, en zal deze dienovereenkomstig toewijzen.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Diesel in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van CK begroot op € 916,34 aan verschotten en € 23.000,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Diesel deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
11 november 2022.