Uitspraak
gevestigd te Breganza, Italië,
gevestigd te Amsterdam,
gevestigd te Amsterdam,
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
11 november 2022.
Hoge Raad
In deze zaak heeft Diesel S.P.A. cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag betreffende een geschil over merkinbreuk. De zaak betreft de toepassing van het Benelux-Verdrag inzake de Intellectuele Eigendom (BVIE) en de uitleg van merkenrechtelijke bescherming.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten van Diesel niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad acht het niet noodzakelijk om de motivering te geven, omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht betreft, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarnaast is Diesel veroordeeld in de proceskosten van CK, waarbij een redelijk en evenredig kostenbedrag is vastgesteld. De Hoge Raad wijst het beroep af en bevestigt daarmee het eerdere oordeel van het hof.
De uitspraak is gedaan door de president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 11 november 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Diesel wordt verworpen en Diesel wordt veroordeeld in de proceskosten.