Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
8 februari 2022.
Hoge Raad
In deze strafzaak gaat het om het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van lokaalvredebreuk tijdens een demonstratie in de RAI bij de bouwvakbeurs.
Verdachte stelde in cassatie dat hij ontslagen moest worden van alle rechtsvervolging omdat de strafvervolging onverenigbaar zou zijn met de artikelen 10 en 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), die het recht op vrijheid van meningsuiting en vergadering beschermen.
De Hoge Raad oordeelde dat dit verweer niet slaagt en verwees naar haar eerdere arrest (ECLI:NL:HR:2022:126) waarin de motivering van de verwerping van een soortgelijk verweer uitgebreid is behandeld. Het cassatieberoep werd verworpen.
De uitspraak werd gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad, onder voorzitterschap van vice-president V. van den Brink, met raadsheren M.J. Borgers, M. Kuijer, C. Caminada en T. Kooijmans.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen lokaalvredebreuk blijft in stand.