ECLI:NL:GHAMS:2020:2378
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep medeplegen lokaalvredebreuk tijdens demonstratie in Amsterdam RAI
Op 24 maart 2016 demonstreerden de verdachte en een medeverdachte bij een kraampje van een bouwbedrijf tijdens de bouwvakbeurs in de Amsterdam RAI. De demonstranten wekten de indruk voor het bedrijf te werken en weigerden na meerdere verzoeken van de securitymanager en politie om het gebouw te verlaten. Hierdoor werd het bouwbedrijf belemmerd in zijn promotieactiviteiten.
De verdediging stelde dat de demonstratie vreedzaam en van korte duur was en dat het recht op demonstratie en vrijheid van meningsuiting onevenredig werd beperkt door de aanhouding. Het Openbaar Ministerie betoogde dat het verblijf in het gebouw wederrechtelijk was omdat de verdachten geen gebruik wilden maken van het aangeboden alternatief buiten het gebouw.
Het hof oordeelde dat het demonstratierecht geen absoluut recht is en dat het weigeren om het gebouw te verlaten een dringende maatschappelijke noodzaak tot beperking van het demonstratierecht opleverde. De verdachte werd schuldig bevonden aan medeplegen van lokaalvredebreuk, maar vanwege de geringe ernst en het vreedzame karakter van de demonstratie werd geen straf opgelegd. Het eerdere vonnis werd vernietigd en het arrest van het hof is het eindvonnis.
Uitkomst: Verdachte schuldig bevonden aan medeplegen lokaalvredebreuk, maar geen straf opgelegd wegens geringe ernst.