ECLI:NL:HR:2022:144
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie tegen uitspraak Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk
In deze zaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep inzake een verzoek om herziening van een eerdere uitspraak over de toepassing van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is. Op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie kan de Hoge Raad alleen kennisnemen van cassatieberoepen tegen bestuursrechterlijke uitspraken indien de wet dit expliciet toestaat.
Omdat er geen wettelijke bepaling bestaat die cassatie openstelt tegen de onderhavige uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, die is gedaan op verzet tegen een uitspraak met toepassing van artikel 8:54 Awb Pro, verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Verder ziet de Hoge Raad geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is uitgesproken op 4 februari 2022 door raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke cassatiemogelijkheid.