Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Apeldoorn,
2.Beoordeling van het middel in het principale beroep
3.Beslissing
14 oktober 2022.
Hoge Raad
In deze zaak heeft eiser cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 februari 2021, waarin een geschil over de uitleg van een pensioenregeling centraal stond. Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V. stelde voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep in. De Hoge Raad heeft de klachten van eiser beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad verwijst voor het gedingverloop naar eerdere vonnissen en arresten van de lagere instanties, waaronder het vonnis van de kantonrechter te Apeldoorn van 7 februari 2018. De klachten van eiser betreffen onder meer de uitleg van de pensioenregeling, waaronder de vraag of sprake is van een eindloonregeling of gegarandeerd kapitaal.
De Hoge Raad oordeelt dat het niet nodig is om de klachten nader te motiveren omdat deze geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht oproepen, zoals bedoeld in artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het voorwaardelijke incidentele beroep van Achmea behoeft daarom geen behandeling. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiser in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.