Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
Artikel 8
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
7 oktober 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Partijen zijn gehuwd in 1997 onder huwelijkse voorwaarden met een finaal verrekenbeding, waarbij verrekening plaatsvindt alsof er een algehele gemeenschap van goederen zou zijn geweest. De man bracht een woning in en ontving tijdens het huwelijk erfstellingen en schenkingen ter waarde van €131.201,81. Na ontbinding van het huwelijk door echtscheiding in 2016 ontstond een geschil over de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden en de verrekening van vermogen.
De rechtbank veroordeelde de man tot betaling aan de vrouw, maar het hof Arnhem-Leeuwarden beperkte dit bedrag aanzienlijk en hield het erfdeel buiten de verrekening. De vrouw stelde dat alleen het resterende vermogen uit erfstellingen en schenkingen buiten verrekening mocht blijven, terwijl het hof oordeelde dat het volledige bedrag buiten de verrekening bleef. Daarnaast speelde de vraag of een vergoedingsrecht kon ontstaan naar analogie van een wettelijke gemeenschap.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het gehele bedrag uit erfstellingen en schenkingen buiten verrekening blijft en dat het hof niet heeft ingegaan op het betoog van de vrouw dat het vergoedingsrecht niet strookt met de huwelijkse voorwaarden. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het hof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling.