ECLI:NL:HR:2022:129
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ongegrondverklaring beroep in cassatie inzake niet tijdige ontvangst aanslagbiljet
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch over een voor het jaar 1998 opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. De kern van het geschil betrof de niet tijdige ontvangst van een aangetekend verzonden aanslagbiljet, waarbij belanghebbende stelde dat dit niet aan hem was ontvangen.
De Hoge Raad overwoog dat de niet tijdige ontvangst van het aanslagbiljet niet te wijten was aan de Belastingdienst, ondanks dat eerder een retourontvangen postzending was geweest. Het incidentele beroep van de Staatssecretaris werd verworpen omdat het alleen ingesteld was voor het geval het principale beroep zou slagen, wat niet het geval was.
De Hoge Raad volgde de motivering zoals vermeld in een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2022:45) en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard wegens niet aan de Belastingdienst te wijten niet tijdige ontvangst van het aanslagbiljet.