ECLI:NL:HR:2022:1082

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 juli 2022
Publicatiedatum
13 juli 2022
Zaaknummer
21/02336
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid belastingadvieskantoor bij herstructurering

Baker Tilly (Nederlands belastingadvies- en accountantskantoor) stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin haar aansprakelijkheid werd bevestigd in verband met advisering bij een herstructurering.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken van rechtbank en hof en beoordeelt de klachten van Baker Tilly over het hofarrest. De klachten leiden niet tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad motiveert dit niet uitvoerig omdat het oordeel niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.

Het cassatieberoep wordt verworpen en Baker Tilly wordt veroordeeld in de kosten van het geding. Dit arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 15 juli 2022.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Baker Tilly wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/02336
Datum15 juli 2022
ARREST
In de zaak van
BAKER TILLY (NETHERLANDS) N.V.,
gevestigd te Rotterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: Baker Tilly,
advocaten: P.A. Fruytier en H. Boom,
tegen
ENKI-PTAH RESPECT SRO,
gevestigd te Nitra, Slowakije,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Enki,
advocaat: M.S. van der Keur.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/08/200403/HAZA 17-164 van de rechtbank Overijssel van 11 april 2018;
de arresten in de zaak 200.245.952 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 december 2019 en 2 maart 2021.
Baker Tilly heeft tegen het arrest van het hof van 2 maart 2021 beroep in cassatie ingesteld.
Enki heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten; voor Baker Tilly mede door L.M. van Ringelestijn en voor Enki mede door D.M. de Knijff.
De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewone dienst F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van Baker Tilly hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt Baker Tilly in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Enki begroot op € 916,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.H. Sieburgh en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op
15 juli 2022.