ECLI:NL:HR:2021:95

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 januari 2021
Publicatiedatum
20 januari 2021
Zaaknummer
20/01569
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in zaak over WOZ-beschikking en gemeentelijke belastingen

Belanghebbende heeft in hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag geprocedeerd tegen een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) en aanslagen onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing van de gemeente Zoetermeer voor het jaar 2018.

Na uitspraak van het hof heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en het advies van de procureur-generaal ingewonnen.

De Hoge Raad oordeelt dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen en maakt gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder nadere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.

Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest is gewezen door raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en op 22 januari 2021 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens duidelijke kansloosheid.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer20/01569
Datum22 januari 2021
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE ZOETERMEER
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 24 maart 2020, nr. BK-19/00538, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 18/8167) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslagen in de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing van de gemeente Zoetermeer voor het jaar 2018 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z] .

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2021.