Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
5.Beslissing
15 juni 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een poging tot zware mishandeling waarbij verdachte op 13 juli 2017 met een hamer een voorruit van de auto van het slachtoffer heeft bekogeld terwijl het slachtoffer zich in de auto bevond. Het hof verklaarde bewezen dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel zou oplopen door glassplinters.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de kans op zwaar letsel aanmerkelijk was, mede omdat het hof uitging van de veronderstelling dat de hamer niet door de voorruit kon gaan. Het hof stelde dat glassplinters in de ogen zwaar letsel kunnen veroorzaken, maar gaf geen nadere motivering waarom die kans aanmerkelijk was en bewust werd aanvaard.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het gaat om de bewezenverklaring van poging zware mishandeling, de vordering van de benadeelde en de strafoplegging. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Den Haag voor hernieuwde beoordeling. Het overige cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest wegens onvoldoende motivering van het voorwaardelijk opzet en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.