ECLI:NL:HR:2021:797

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 mei 2021
Publicatiedatum
28 mei 2021
Zaaknummer
20/03325
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak over naheffingsaanslag parkeerbelasting gemeente Heerenveen

Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen stelde cassatieberoep in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin een naheffingsaanslag parkeerbelasting aan belanghebbende was bevestigd. Het geschil betrof de rechtmatigheid van deze naheffingsaanslag.

De Hoge Raad heeft het ingediende middel beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van het hof. Omdat het middel geen vragen bevat die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, is geen nadere motivering gegeven.

De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en veroordeelde het College in de proceskosten van belanghebbende, vastgesteld op €1.068 voor beroepsmatige rechtsbijstand. Tevens werd het College een griffierecht van €532 opgelegd.

Deze uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de naheffingsaanslag parkeerbelasting en sluit het geschil in cassatie af.

Uitkomst: Het cassatieberoep van het College wordt ongegrond verklaard en het College wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer20/03325
Datum28 mei 2021
ARREST
in de zaak van
het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE HEERENVEEN
tegen
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 augustus 2020, nr. 19/01122, op het hoger beroep van de heffingsambtenaar tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (nr. LEE 18/3478), betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting.

1.Geding in cassatie

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen (hierna: het College), vertegenwoordigd door J.H. van Gelderen, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
Belanghebbende, vertegenwoordigd door M. Lagas, heeft een verweerschrift ingediend.
Namens het College is de zaak toegelicht door J.H. van Gelderen, advocaat te Den Haag.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft het middel over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat dit middel niet kan leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van dit middel is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

Het College zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
- veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 1.068 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2021.
Van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen wordt een griffierecht geheven van € 532.