ECLI:NL:HR:2021:664
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken verklaring erfrecht
In deze zaak hebben de erfgenamen van een overledene beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland inzake een belastingaanslag over 2015. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld op ontvankelijkheid.
De gemachtigde van de erfgenamen werd verzocht een verklaring van erfrecht of een verklaring van een executeur-testamentair te overleggen om aan te tonen dat hij namens alle erfgenamen optreedt. Dit verzoek is niet ingewilligd en er is geen voldoende bewijs geleverd dat de gemachtigde bevoegd was om het beroep in cassatie in te stellen namens alle erfgenamen.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 26a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Er is geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Het arrest is op 23 april 2021 in het openbaar gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een verklaring van erfrecht of executeur-testamentair.