ECLI:NL:HR:2021:63

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 februari 2021
Publicatiedatum
14 januari 2021
Zaaknummer
20/00320
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.B OpiumwetArt. 310 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak opzettelijk telen hennep en diefstal elektriciteit

De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens het opzettelijk telen van hennep en diefstal van elektriciteit. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad. Namens de verdachte diende advocaat R.A. Dayala een cassatiemiddel in, waarop de advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van het oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen, waarmee het arrest van het hof Amsterdam in stand blijft. De uitspraak werd gedaan op 9 februari 2021 door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor opzettelijk telen van hennep en diefstal van elektriciteit.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/00320
Datum9 februari 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 20 januari 2020, nummer 23-003213-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.A. Dayala, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 februari 2021.