Uitspraak
wonende te [woonplaats], Verenigde Arabische Emiraten,
kantoorhoudende te 's-Hertogenbosch,
kantoorhoudende te Eindhoven,
2.Beoordeling van het middel in het principale beroep
3.Beslissing
26 maart 2021.
Hoge Raad
In deze zaak verzocht eiser, failliet verklaard, op grond van artikel 69 Faillissementswet Pro inzage in de urenverantwoordingen van de curator. De rechtbank wees dit verzoek af. Eiser stelde hiertegen cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad beoordeelde de klachten over de beschikking van de rechtbank en oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van de beschikking konden leiden. De Hoge Raad hoefde geen nadere motivering te geven omdat het niet ging om vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht (art. 81 lid 1 RO Pro).
Het incidentele cassatieberoep van de curatoren werd niet behandeld omdat het principale beroep niet tot vernietiging leidde. De Hoge Raad constateerde dat eiser geen concreet belang had bij het verzoek en dat hij zich in het algemeen onttrekt aan zijn verplichtingen uit de Faillissementswet.
De Hoge Raad veroordeelde eiser in de proceskosten van het cassatiegeding en in de kosten van het incident tot zekerheidstelling. De uitspraak werd gedaan door de raadsheer Tanja-van den Broek als voorzitter en de raadsheren Sieburgh en ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Kroeze.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.