ECLI:NL:HR:2021:409
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake overdrachtsbelasting
Belanghebbende, gevestigd in Duitsland, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over een op aangifte voldaan bedrag aan overdrachtsbelasting. De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor dit oordeel, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is uitgesproken door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank blijft in stand.