ECLI:NL:HR:2021:301
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet digitaal indienen
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch over navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2009-2011. Het beroepschrift werd namens belanghebbende door een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener ingediend per aangetekende brief.
Volgens het Besluit van 6 maart 2019 is digitale indiening verplicht voor cassatieberoepen tegen uitspraken die op of na 15 april 2020 zijn bekendgemaakt. De betreffende uitspraak viel binnen deze termijn, waardoor het beroepschrift digitaal via het webportaal van de Hoge Raad had moeten worden ingediend.
De griffier heeft de indiener bij aangetekende brief verzocht het beroepschrift alsnog digitaal in te dienen, maar hieraan is geen gevolg gegeven. Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:36a, lid 5, Awb.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-naleving van de digitale indieningsplicht.