ECLI:NL:HR:2021:1734
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over navorderingsaanslagen inkomstenbelasting 2012-2013
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 26 januari 2021, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende en de Inspecteur behandelde over navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2012 en 2013.
De Hoge Raad heeft het middel van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het hof ongewijzigd van kracht en zijn de navorderingsaanslagen, boetebeschikkingen en belastingrente definitief bevestigd.
Het arrest is op 19 november 2021 in het openbaar gewezen door de raadsheren Beukers-van Dooren (voorzitter), Boerlage en Cools.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.