ECLI:NL:HR:2021:1433
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens gebrek aan machtiging
In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van J. van den Top tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden beoordeeld. Het beroep in cassatie was ingesteld namens een partij te [Z]. De Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift verzocht binnen zes weken een bewijsstuk te overleggen waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om het beroep in cassatie in te dienen, dan wel een verklaring van de partij namens wie het beroep is ingesteld.
Ondanks de aangetekende brief die volgens Track&Trace is afgeleverd op het opgegeven adres, heeft de indiener geen machtiging of verklaring overgelegd. Hierdoor gaat de Hoge Raad ervan uit dat de indiener niet bevoegd was om het beroep in cassatie in te dienen.
Op grond hiervan verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging.