Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beoordeling van het vierde cassatiemiddel
5.Beslissing
21 september 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een wachtmeester 1e klasse van de Koninklijke Marechaussee die ervan werd verdacht meermalen het ambtsgeheim te hebben geschonden door privé-informatie op te vragen uit politionele systemen en deze in één geval te delen met een derde.
De militaire kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had de verdachte veroordeeld voor opzettelijke schending van het ambtsgeheim, meermalen gepleegd. De bewezenverklaring stelde dat verdachte 'telkens' geheime gegevens had opgevraagd en gebruikt voor privédoeleinden.
De Hoge Raad oordeelde dat het begrip 'schenden' in artikel 272 Sr Pro moet worden uitgelegd als het verstrekken van geheime gegevens aan een onbevoegde derde. Uit de bewijsvoering bleek echter niet dat verdachte meermalen dergelijke gegevens aan onbevoegden had verstrekt. De bewezenverklaring was daarom onvoldoende gemotiveerd voor het meermalige karakter van de schending.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het gerechtshof voor een nieuwe beoordeling. De overige cassatiemiddelen werden niet behandeld vanwege het vernietigende oordeel over de bewezenverklaring.
Uitkomst: Het arrest van het gerechtshof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.