ECLI:NL:HR:2021:1199
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in geschil over sociale zekerheidsuitkering Rijnvarenden
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 26 februari 2020, die een hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam over een verzoek tot het sluiten van een overeenkomst op grond van artikel 13 van Pro het Verdrag van 30 november 1979 betreffende sociale zekerheid van Rijnvarenden en een verzoek tot schadevergoeding.
De Hoge Raad heeft de middelen van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk op de rechtsvragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.