ECLI:NL:HR:2021:1146

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 juli 2021
Publicatiedatum
15 juli 2021
Zaaknummer
20/03134
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek vermindering partneralimentatie en verdiencapaciteit nieuwe partner

In deze zaak heeft de man cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden die betrekking heeft op een verzoek tot vermindering van partneralimentatie. Het geschil draait om de vraag in hoeverre de verdiencapaciteit van de nieuwe partner van invloed is op de alimentatieplicht van de man.

De Hoge Raad heeft de klachten van de man tegen de beschikking van het hof beoordeeld. De klachten zijn niet ontvankelijk bevonden om de beschikking te vernietigen. De Hoge Raad heeft ervoor gekozen niet inhoudelijk te motiveren waarom de klachten niet tot vernietiging leiden, omdat dit niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht volgens artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De conclusie van de Advocaat-Generaal was eveneens gericht op verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van de man schriftelijk heeft gereageerd. Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het beroep van de man verworpen en de beschikking van het hof bekrachtigd.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking van het hof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/03134
Datum16 juli 2021
BESCHIKKING
In de zaak van
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: de man,
advocaat: K. Aantjes,
tegen
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: R.K. van der Brugge.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaak C/05/346705 FZ RK 18-3281 van de rechtbank Gelderland van 1 juli 2019;
de beschikking in de zaak 200.266.826 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 augustus 2020.
De man heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de man heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
16 juli 2021.