Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
eerste onderdeelricht zich tegen rov. 5.16 van de bestreden beschikking van het hof en klaagt dat deze overweging rechtens onjuist danwel onbegrijpelijk is. Het klaagt dat het hof teveel van de stelplicht van de man heeft verlangd, is voorbijgegaan aan door de man verwoorde essentiële stellingen, en dat het onbegrijpelijk is dat het hof, ondanks al hetgeen de man heeft aangevoerd, tot het oordeel komt dat niet aannemelijk is dat [betrokkene 1] in het geheel niet in haar levensonderhoud zou kunnen voorzien en in elk geval in staat moet worden geacht een inkomen op bijstandsniveau te verdienen. Het onderdeel wijst hierbij onder meer op de volgende door de man bij het hof aangevoerde stellingen (verkort weergegeven), die met name blijken uit productie 23 (door hem bij het hof overgelegd) en uit zijn beroepschrift onder 41 - 46: