Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
13 juli 2021.
Hoge Raad
In deze zaak stond verdachte terecht voor medeplegen van gewoontewitwassen en deelneming aan een misdadige organisatie, zoals omschreven in de Landsverordening strafbaarstelling witwassen van geld (oud) en het Wetboek van Strafrecht BES. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba had verdachte veroordeeld.
Verdachte stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad, waarbij diverse klachten werden ingebracht, waaronder over de bewijsvoering omtrent de herkomst van baren en broodjes goud die illegaal vanuit Venezuela naar Aruba en Curaçao waren geëxporteerd, en over de vraag of verdachte daadwerkelijk deelnam aan de criminele organisatie. Tevens werd bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van een verzoek om twee advocaten toe te laten als raadslieden.
De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofvonnis kunnen leiden. De Hoge Raad motiveert dit niet uitvoerig omdat het niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling of rechtseenheid. Het cassatieberoep wordt derhalve verworpen en het vonnis van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis van het hof blijft in stand.