Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Roermond,
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid
3.Beslissing
29 mei 2020.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de schuldenaar cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch betreffende executoriaal beslag op een roerende zaak. De Ambtenaar belast met de invordering van belastingen is verweerster in cassatie, maar is niet verschenen. De procureur-generaal heeft geadviseerd het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie, omdat het beroep duidelijk niet kan slagen.
De Hoge Raad heeft het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard en de schuldenaar veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Het geschil betrof de vraag of het executoriaal beslag terecht was gelegd op een roerende zaak die eigendom was van een ander dan de schuldenaar. De Hoge Raad verwijst voor het geding in de feitelijke instanties naar eerdere uitspraken van de rechtbank Limburg en het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer. Hiermee is het cassatieberoep definitief afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan kans van slagen.