ECLI:NL:HR:2020:963

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 mei 2020
Publicatiedatum
28 mei 2020
Zaaknummer
20/00311
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in executoriaal beslagzaak

In deze zaak heeft de schuldenaar cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch betreffende executoriaal beslag op een roerende zaak. De Ambtenaar belast met de invordering van belastingen is verweerster in cassatie, maar is niet verschenen. De procureur-generaal heeft geadviseerd het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie, omdat het beroep duidelijk niet kan slagen.

De Hoge Raad heeft het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard en de schuldenaar veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Het geschil betrof de vraag of het executoriaal beslag terecht was gelegd op een roerende zaak die eigendom was van een ander dan de schuldenaar. De Hoge Raad verwijst voor het geding in de feitelijke instanties naar eerdere uitspraken van de rechtbank Limburg en het gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer. Hiermee is het cassatieberoep definitief afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan kans van slagen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/00311
Datum29 mei 2020
ARREST
In de zaak van
[de schuldenaar],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [de schuldenaar],
advocaat: K. Aantjes,
tegen
DE AMBTENAAR BELAST MET DE INVORDERING VAN BSGW BELASTINGSAMENWERKING GEMEENTEN EN WATERSCHAPPEN,
gevestigd te Roermond,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de Ambtenaar,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/03/230883/HA ZA 17-48 van de rechtbank Limburg van 14 februari 2018;
het arrest in de zaak 200.235.995/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 december 2019.
[de schuldenaar] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen de Ambtenaar is verstek verleend.
Het standpunt van de procureur-generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep met toepassing van art. 80a lid 1 RO.
De advocaat van [de schuldenaar] heeft schriftelijk op dat standpunt gereageerd.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk;
- veroordeelt [de schuldenaar] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Ambtenaar begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op
29 mei 2020.