ECLI:NL:PHR:2020:388
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Executoriaal beslag op auto bij geschil over eigendom en motiveringsklachten
De zaak betreft executoriaal beslag op een personenauto die op naam van de schuldenaar stond, maar waarvan de schuldenaar stelde dat zijn moeder de eigenaar was. De Ambtenaar belast met invordering had beslag gelegd wegens onbetaalde gemeentelijke belastingen. De schuldenaar voerde verzet tegen het beslag en stelde dat de auto eigendom was van zijn moeder, die later overleed, waarna de broer de auto zou hebben geërfd.
De rechtbank Limburg verklaarde het verzet ongegrond en het gerechtshof ’s-Hertogenbosch bekrachtigde dit oordeel. Het hof baseerde zich op het kentekenbewijs, het feit dat de schuldenaar de feitelijke gebruiker was, en het ontbreken van voldoende bewijs voor de eigendomsoverdracht aan de moeder. De verklaring waarop de schuldenaar zich beriep, stelde slechts dat de auto was doorgegeven, zonder bewijs van schenking.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht het bewijsaanbod van de schuldenaar heeft gepasseerd wegens onvoldoende feiten en omstandigheden. Ook de betaling van wegenbelasting en verzekering door de moeder was onvoldoende om eigendom of bezit aan te nemen. Het cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard op grond van art. 80a lid 1 RO, waarmee het beslagrecht van de Ambtenaar werd bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het beslag op de auto blijft gehandhaafd.