ECLI:NL:HR:2020:944
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J. Koopman
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in vennootschapsbelastingzaak
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over de aanslagen vennootschapsbelasting en de daarbij opgelegde boetebeschikkingen voor de jaren 2010 tot en met 2014. Na eerdere procedures werd het geding door de Hoge Raad verwezen naar de Rechtbank Noord-Holland voor verdere behandeling.
In het tweede cassatieberoep ontbraken de vereiste gronden in het beroepschrift, zoals voorgeschreven in artikel 6:5, lid 1, letter d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende per aangetekende brief de mogelijkheid geboden dit verzuim binnen zes weken te herstellen. Deze brief is volgens Track&Trace afgeleverd, maar belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:6 Awb Pro. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en sprak het arrest uit op 29 mei 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift.