ECLI:NL:HR:2020:824
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag BPM
De zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM).
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en het middel van de Staatssecretaris verworpen op de gronden die zijn vermeld in een eerder arrest met nummer 18/02168, dat aan dit arrest is gehecht. Hierdoor blijft de uitspraak van het hof in stand.
De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris in de proceskosten van het cassatiegeding, vastgesteld op €525 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Tevens wordt een griffierecht van €508 geheven van de Staatssecretaris.
Het arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter en de raadsheren E.N. Punt en M.E. van Hilten en op 1 mei 2020 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard.