ECLI:NL:HR:2020:725
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake boetebeschikking belastingrecht
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat het hoger beroep tegen een boetebeschikking van de Staatssecretaris van Financiën had behandeld. De Hoge Raad ontving een conclusie van repliek van belanghebbende buiten de gestelde termijn en zag hier geen acht op.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, was een nadere motivering niet vereist volgens artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ten aanzien van proceskosten zag de Hoge Raad geen aanleiding tot veroordeling. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.