ECLI:NL:HR:2020:677
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag over een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Den Haag.
De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende op de verschuldigdheid van griffierecht en stelde een betalingstermijn van vier weken. Ondanks ontvangst van deze kennisgeving werd het griffierecht niet voldaan.
Belanghebbende verzocht vervolgens om vrijstelling van griffierecht, met een beroep op betalingsonmacht. De Hoge Raad oordeelde dat dit verzoek niet tijdig en niet onder de vereiste voorwaarden was ingediend, waardoor belanghebbende in verzuim was.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht.