ECLI:NL:HR:2020:635
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie tegen uitspraak Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, waarin een verzoek om schadevergoeding was afgewezen. De Hoge Raad heeft onderzocht of het beroep in cassatie ontvankelijk is op grond van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Uit de beoordeling volgt dat artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie bepaalt dat de Hoge Raad alleen kennis kan nemen van cassatieberoepen tegen uitspraken van bestuursrechters voor zover de wet dat toestaat. In dit geval ontbreekt een wettelijke bepaling die cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep openstelt.
Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen veroordeling in de proceskosten opgelegd. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke cassatiemogelijkheid.