ECLI:NL:HR:2020:618
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende, woonachtig in het buitenland, heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Centrale Raad van Beroep inzake een besluit op grond van de Algemene nabestaandenwet. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep ontvankelijk is, waarbij het niet tijdig betalen van het griffierecht centraal stond.
De griffier heeft belanghebbende meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn gesteld. Ondanks deze waarschuwingen en de mogelijkheid om alsnog op de niet-betaling te reageren, heeft belanghebbende geen betaling verricht noch een toelichting gegeven.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het reeds betaalde griffierecht wordt teruggegeven aan belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht.