ECLI:NL:CRVB:2019:3354
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing nabestaandenuitkering wegens ontbreken verzekering echtgenoot bij overlijden
Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) nadat haar echtgenoot in 2016 in Marokko overleed. De echtgenoot had in Nederland gewerkt en vanaf 2007 een AOW-pensioen ontvangen, maar was ten tijde van zijn overlijden niet meer verzekerd voor de ANW omdat hij niet in Nederland woonde of werkte.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit besluit. In hoger beroep stelde appellante dat haar echtgenoot verzekerd was geweest en dat zij vanwege haar arbeidsongeschiktheid en onderhoudsplicht voor minderjarige kinderen aanspraak maakte op de uitkering.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat voor de ANW het moment van overlijden bepalend is voor de verzekering, niet eerdere verzekerde perioden. De echtgenoot was op dat moment niet verzekerd op grond van artikel 13 ANW Pro, noch vrijwillig verzekerd volgens artikel 63 en Pro 63a ANW. Ook op grond van het verdrag sociale zekerheid tussen Nederland en Marokko bestond geen aanspraak. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Appellante heeft geen recht op een nabestaandenuitkering omdat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW.