ECLI:NL:HR:2020:610
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake aanslag inkomstenbelasting 2013
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 september 2019, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2013 heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het cassatieberoep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof blijft in stand.
Deze beslissing is op 10 april 2020 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren J. Wortel, A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof blijft in stand.