ECLI:NL:HR:2020:559
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Centrale Raad van Beroep in sociaal zekerheidszaak
Belanghebbenden, waaronder een Cypriotische vennootschap en meerdere natuurlijke personen, hebben cassatieberoep ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 28 februari 2019. Deze uitspraak betrof besluiten van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) in het kader van de Verordening (EG) 987/2009.
De Hoge Raad heeft het ingediende middel beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet tot vernietiging van de uitspraak kan leiden. Daarbij heeft de Hoge Raad geen motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is op 3 april 2020 in het openbaar gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbenden is ongegrond verklaard en de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep bevestigd.