ECLI:NL:HR:2020:456
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende, woonachtig in het buitenland, heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over een besluit van de Sociale Verzekeringsbank inzake de Algemene Kinderbijslagwet. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep ontvankelijk is.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld. Deze betaling is niet verricht. Vervolgens is belanghebbende nogmaals in de gelegenheid gesteld om een verklaring te geven voor het niet tijdig betalen, maar hier is geen gebruik van gemaakt.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad heeft geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het arrest is op 20 maart 2020 in het openbaar uitgesproken door drie raadsheren onder voorzitterschap van J. Wortel.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht.