Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
17 maart 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag, waarin hij werd veroordeeld voor eenvoudige belediging ex artikel 266 Sr Pro. De beledigende uitlatingen "Domme hoofddoeken altijd" en "Je moet je schamen dat je een hoofddoek draagt! Je moet de krant eens lezen, zodat je weet wat er allemaal gebeurt in de wereld" werden gedaan in een volle wachtkamer van een ziekenhuis.
De verdediging voerde aan dat de uitlatingen onderdeel waren van het publiek debat en dat toepassing van artikel 266 Sr Pro in strijd zou zijn met de vrijheid van meningsuiting zoals beschermd door artikel 10 lid 2 EVRM Pro. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van verdachte niet konden leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot nadere motivering omdat geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht aan de orde waren.
Het arrest werd op 17 maart 2020 gewezen door de vice-president J. de Hullu en raadsheren A.L.J. van Strien en A.E.M. Röttgering. Het beroep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor eenvoudige belediging blijft in stand.