ECLI:NL:HR:2020:340
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag BPM
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin het hof de naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) had bevestigd. De Staatssecretaris van Financiën trad op als verweerder en diende een verweerschrift in. Belanghebbende reageerde met een conclusie van repliek.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte middelen van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Omdat de beoordeling van deze middelen geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling of rechtsvorming oplevert, is geen nadere motivering vereist conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft het oordeel van het hof in stand dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag blijft gehandhaafd.