Uitspraak
wonende te [woonplaats],
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
21 februari 2020.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake de machtiging tot voortgezet verblijf na omzetting (conversie) van een voorwaardelijke machtiging op grond van artikel 14d van de Wet Bopz. De rechtbank had de machtiging bevestigd. De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend, en de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft de klachten van betrokkene beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking. Daarbij is geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en de beschikking van de rechtbank gehandhaafd. De uitspraak is gedaan door de raadsheren van de Civiele Kamer van de Hoge Raad op 21 februari 2020.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank wordt gehandhaafd.