ECLI:NL:HR:2020:304

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 februari 2020
Publicatiedatum
19 februari 2020
Zaaknummer
19/04613
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam inzake een verzoek om toekenning van een dwangsom. Het beroepschrift voldeed niet aan de vereisten van artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb, omdat de gronden van het beroep ontbraken. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende schriftelijk in de gelegenheid gesteld dit binnen zes weken te herstellen, maar belanghebbende heeft hier geen gebruik van gemaakt.

De Hoge Raad heeft daarom het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:6 Awb Pro. Er is geen aanleiding gevonden om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is uitgesproken door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools op 21 februari 2020.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden in het beroepschrift.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer19/04613
Datum21 februari 2020
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 3 september 2019, nr. 18/00320, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 17/3935) betreffende het verzoek van belanghebbende om toekenning van een dwangsom.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 11 oktober 2019 in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen zes weken te herstellen. Deze brief is aangetekend verzonden en is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruikgemaakt.
Daarom zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 6:6 Awb Pro het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2020.