ECLI:NL:HR:2020:2080
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens te late griffierechtbetaling
Belanghebbende verzocht de Hoge Raad om herziening van het arrest van 23 oktober 2020, waarin het beroep in cassatie niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig voldoen van het griffierecht. Belanghebbende overhandigde een betalingsbewijs waaruit bleek dat het griffierecht op 23 juli 2020 was betaald.
De Hoge Raad stelde vast dat de griffier een termijn van vier weken had gesteld voor betaling van het griffierecht. De betaling vond echter plaats na het verstrijken van deze termijn. De door belanghebbende aangevoerde redenen voor de overschrijding werden niet als verschoonbaar beoordeeld.
Daarom kon het verzoek tot herziening niet leiden tot een andere beslissing over de ontvankelijkheid van het beroep. De Hoge Raad bepaalde dat op het arrest van 23 oktober 2020 wordt aangetekend dat het griffierecht niet tijdig is voldaan en gelastte de griffier het buiten de termijn betaalde bedrag van €131 terug te geven aan belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.