ECLI:NL:HR:2020:203
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2010
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 4 oktober 2018, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland werd behandeld. Het geschil betreft een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2010.
De Hoge Raad heeft het ingediende middel beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet kan leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij is geen nadere motivering vereist, omdat het middel geen vragen oproept die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het cassatieberoep ongegrond. Het arrest is in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 7 februari 2020.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam bevestigd.