Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Proceskosten
4.Beslissing
F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2020.
Hoge Raad
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2014 en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente behandelde.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Hierbij was het niet nodig om nadere motivering te geven omdat de zaak geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling of rechtsvorming bevatte, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard.