ECLI:NL:HR:2020:1981

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 december 2020
Publicatiedatum
8 december 2020
Zaaknummer
20/01525
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt informatiebeschikking Staatssecretaris van Financiën

Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag die een informatiebeschikking van de Staatssecretaris van Financiën betrof. De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld maar vond geen aanleiding om het hofarrest te vernietigen. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat de zaak geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevat.

De procedurekosten worden niet aan belanghebbende opgelegd. De Hoge Raad stelt belanghebbende een termijn van vier weken om alsnog aan de informatiebeschikking te voldoen, gerekend vanaf de datum van het arrest. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad, in aanwezigheid van de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2020.

Deze uitspraak bevestigt de rechtsgeldigheid van de informatiebeschikking en benadrukt het belang van naleving daarvan binnen de gestelde termijn. De zaak betreft bestuursrechtelijke en belastingrechtelijke aspecten rondom de bevoegdheid van de fiscus tot het vorderen van informatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en belanghebbende krijgt vier weken om aan de informatiebeschikking te voldoen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer20/01525
Datum11 december 2020
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 25 maart 2020, nrs. BK-18/00771 en 18/00777, op het hoger beroep van belanghebbende en van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 18/1612) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven informatiebeschikking.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.
Namens belanghebbende is de zaak schriftelijk toegelicht door M. van Leeuwen, advocaat te Nijmegen.

2.Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de middelen over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze middelen niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze middelen is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
- stelt belanghebbende een termijn van vier weken, te rekenen vanaf de datum waarop dit arrest is gewezen, om alsnog te voldoen aan de informatiebeschikking.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2020.