ECLI:NL:HR:2020:1950

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 december 2020
Publicatiedatum
3 december 2020
Zaaknummer
18/01575
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 58 Fw
Verwijzingen
9 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt arrest hof over termijnstelling in faillissementsvordering

In deze zaak hebben eiseressen cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch dat betrekking heeft op de termijnstelling zoals bedoeld in artikel 58 van Pro de Faillissementswet en het bestaan van de vordering.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten die het procesverloop kenmerken, waaronder uitspraken van de rechtbank Limburg en het hof 's-Hertogenbosch. Na beoordeling van de klachten over het hofarrest concludeert de Hoge Raad dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest.

De Hoge Raad ziet geen noodzaak om de motivering van het oordeel nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het cassatieberoep wordt verworpen en de eiseressen worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, inclusief verschotten en salaris advocaat, te vermeerderen met wettelijke rente indien niet tijdig voldaan.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer18/01575
Datum4 december 2020
ARREST
In de zaak van
1. [eiseres 1],
wonende te [woonplaats], Verenigde Arabische Emiraten,
2. STICHTING DE VIJF MUSKETIERS,
gevestigd te Eindhoven,
EISERESSEN tot cassatie,
hierna: [eiseressen],
advocaat: C.S.G. Janssens,
tegen
1. Mr. Philip Willem SCHREURS, wonende te Eindhoven,
2. Mr. Jan Evert STADIG, wonende te ’s-Hertogenbosch,
beiden in hun hoedanigheid van curator in het faillissement van
[betrokkene 1],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: de curatoren,
advocaat: M.A.J.G. Janssen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/03/189187/HA ZA 14-146 van de rechtbank Limburg van 6 augustus 2014 en 9 maart 2016;
het arrest in de zaak 200.190.483/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 januari 2018.
zijn arresten in deze zaak in het incident, ECLI:NL:HR:2018:2220 en ECLI:NL:HR:2019:1527, van 30 november 2018 en 4 oktober 2019.
[eiseressen] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De curatoren hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [eiseressen] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curatoren begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseressen] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren G. Snijders, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
4 december 2020.